Column05-2018

MYTHES

Ik ben er trots op dat ik mag helpen bij het rookvrij maken van de geestelijke gezondheidszorg. In dit werk kom ik echter een aantal hardnekkige mythes tegen, die zowel door werkgevers als door rokers zelf worden opgeworpen. Wie kent niet de verhalen van de opa die elke dag een doos sigaren rookte en toch 98 is geworden.

Organisaties gebruiken vaak hetzelfde mechanisme om het roken maar niet te bestrijden. De laatste mythe die me ter ore kwam was dat managers bang zijn dat het personeel weg loopt als er een rationeel rookbeleid wordt uitgevaardigd. In de eerste plaats is er geen enkel bewijs is dat dit zo werkt. Bij een organisatie als ASML, waar medewerkers moeten stoppen met roken een half uur voordat ze aan het werk gaan in de clean-rooms omdat ze anders fijnstof uitademen die de geavanceerde machines ondeugdelijk maken, staan mensen te trappelen om aan de slag te gaan. Werkgevers profiteren het meest van gezonde werknemers en zal de rekensom uiteindelijk gunstiger uitvallen voor een organisatie de rookvrij is, doordat er minder ziektekosten zijn.

Ik pleit ervoor om het roken te bestrijden en niet de rokers. Te vaak hoor ik dat in organisaties met een stringent rookbeleid, het personeel gaat roken in schuurtjes en achter bosjes. Laten we binnen organisaties het probleem openlijk bespreken op basis van feiten. Laten we proberen de rokers, bij te staan bij hun strijd tegen de nicotineverslaving. Verjaag medewerkers niet naar achteraf hoekjes op het terrein, maar roep ze op hun verslaving bespreekbaar te maken zodat er gezamenlijk naar oplossingen gezocht kan worden. Een verslaafde verpleegkundige kan niet een nachtdienst van negen uren draaien zonder  te roken. Wellicht met goede voorlichting en eventueel wat nicotinevervangers wel. En neem als werkgever je verantwoordelijkheid: rokende personeelsleden kunnen duurder en minder effectief zijn. Daarnaast kunnen ze veel moeilijker de ambassadeursrol vervullen van werknemer-in-de-gezondheidszorg.

Een andere mythe is dat we de relatie tussen de hulpverlener en hulpvrager onherstelbaar beschadigen als de behandelaren een oprecht gemeend stopadvies geven. Allereerst lijkt het me gewoon de taak van behandelaar om zijn cliënt voor te lichten over de gezondheidsrisico's die hij loopt. En deze risico's zijn niet mis voor de roker. Dat de cliënt een ander verwachting heeft mag en kan niet de reden te zijn om het roken niet bespreekbaar te maken. Overigens zou bij overmatig alcoholmisbruik of heroïnegebruik niemand aarzelen om een stopadvies te geven.

Roken is een nare, vaak dodelijke verslaving, maar is te behandelen. Het is fantastisch dat zorgbreed de handschoen wordt opgepakt om deze verslaving de wereld uit te helpen.

Anton van Balkom,
Coördinator GGZ rookvrij, voor GGZ Nederland
Coördinator rookbeleid GGZ Breburg 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.